Mais

Mais

De oorsprong van de mais is ergens in het zuiden van Mexico, en werd 10.000jaar geleden door de mens voor het eerst verspreid naar Noord-Amerika. Door de Indianen van Noord-Amerika is de mais lang gebruikt als voedingsgras. Toen Columbus de maisvelden had ontdekt nam hij het mee naar Europa. Hij vertelde dat hij korrels had gevonden en vermaalden de maiskorrels tot meel. Ze bakten er heerlijke koeken en brood van. Het duurde trouwens nog lang voordat de mais in Europa op grote schaal werd verbouwd. Dat is zo’n 500jaar na Columbus bezoek aan Amerika. Mais is van oorsprong een subtropische graansoort. Dat betekent dat het een graansoort is die in warme gebieden moet groeien. Mais is een van de belangrijkste voedingsgewassen. Tegenwoordig bestaan er veel rassen die ook in koudere klimaten goed groeien. Mais is in veel delen van de wereld een hoofdvoedsel geworden, waarbij de totale productie die van tarwe of rijst overtreft.

De groei van mais!

Als je de maiskorrels zaait, gaan ze kiemen en komen als 2 smalle blaadje boven de grond maar daar komen er meer van. In totaal 18 bladeren. Als de plant volgroeid is dan zie je de eerste 5 bladeren niet meer. Na de laatste bladeren komt de pluim. Dan gaat de plant bloeien. Elk haartje wat uit de aanzet van de kolf hangt kan een korrel worden als hij word bestoven. Als de kolf goed gevuld word dan komen er wel 400 korrels in de kolf. Wanneer de mais rijp voor de oogst is kan de mais voor veel doeleinden gebruikt worden. De meeste mais gaat in Nederland voor veevoer als snijmais. Ook gaat er mais gedroogd worden als voer voor de varkens. Daarnaast gaat er veel mais weg als korrelmais. Ook wordt veel maismeel verwerkt in de voedingsindustrie, klein deel als suikermais en siermais.